Als mensen naar mij kijken, zien ze vaak iemand die krachtig is. Iemand die jarenlang tegen anorexia heeft gevochten en eruit is gekomen. Ze noemen me sterk, vastberaden, een doorzetter. En ergens klopt dat ook. Mijn doorzettingsvermogen heeft me door de donkerste periodes van mijn leven heen getrokken. Maar datzelfde doorzettingsvermogen heeft me ook bijna mijn leven gekost.
Want ik gaf niet op. Niet in mijn eetstoornis, niet in mijn gevecht tegen mijn lichaam, niet in het nastreven van controle. Ik kon eindeloos doorgaan, totdat er niets meer van mij over was. En nu pas besef ik hoe dun die lijn is. Hoe mijn kracht ook mijn zwakte was. Hoe doorzettingsvermogen een tweesnijdend zwaard is: het kan je redden, maar het kan je ook vernietigen.
Hoewel ik al zo ver ben gekomen, voel ik nog steeds dat er diepe wonden in mij aanwezig zijn. Mensen zien mij vaak als een vrolijke en enthousiaste vrouw, die het leven onder controle heeft. Diep van binnen worstel ik echter nog steeds met het gevoel dat ik het niet alleen kan. Ook al is er ontzettend veel dat ik voor elkaar heb gekregen, nog steeds voel ik me soms dat kleine meisje dat vastgehouden moet worden. Het meisje dat zich verdwaald voelt en behoefte heeft aan iemand die haar bij de hand pakt. Er zijn dus echt nog wel lagen die ik mag helen en die ik ook nu pas onder ogen durf te komen. En dat is, naar mijn idee, helemaal oké en normaal. Dat we blijven groeien en leren. En nieuwe lagen blijven tegenkomen en af blijven pellen.
Ik zag mijn doorzettingsvermogen in het verleden nooit als een kracht, het was namelijk hetgeen mij kapot maakte. Het was mijn doorzettingsvermogen dat maakte dat ik uiteindelijk op het randje tussen leven en dood balanceerde.
Ik weet inmiddels dat er voor mij verschillende redenen waren waardoor ik zo’n doorzettingsvermogen had ontwikkeld. Wanneer je als kind namelijk niet de veilige basis hebt gehad om op terug te vallen, kan je een overlevingsmechanisme ontwikkelen rondom het idee dat je door moet blijven zetten, ongeacht wat dit van je vraagt. Dit kan voortkomen uit:
- Het gevoel van niet genoeg zijn: Wanneer je als kind alleen bevestiging of liefde kreeg als je iets presteerde, kan je brein de overtuiging ontwikkelen dat je altijd meer moet doen om gezien en gewaardeerd te worden. Dit leidt tot een drang om te blijven doorgaan, zelfs als dat ten koste gaat van jezelf.
- Geen ruimte voor kwetsbaarheid: Als emoties in je jeugd genegeerd, afgekeurd of bestraft werden, kan je doorzettingsvermogen ontstaan als een manier om jezelf staande te houden. Je hebt nooit geleerd dat je mag pauzeren, dat je rust nodig hebt, of dat je om hulp mag vragen.
- Het ervaren van onveiligheid: Een onvoorspelbare of stressvolle jeugd kan je zenuwstelsel in een constante staat van alertheid houden. Dit kan leiden tot een patroon waarin je nooit durft te stoppen, omdat stilstaan gelijk staat aan gevaar.
- Zorg dragen voor anderen: Kinderen die opgroeien in een omgeving waarin ze al vroeg verantwoordelijkheden op zich moeten nemen (bijvoorbeeld door een zieke ouder of emotioneel onbeschikbare opvoeders), ontwikkelen vaak een overmatige verantwoordelijkheidsgevoel. Dit kan resulteren in een doorzettingsvermogen dat niet uit eigen kracht voortkomt, maar uit de noodzaak om anderen te beschermen en de last te dragen.
Zoals ik al eerder benoemde kan doorzettingsvermogen je zowel redden als vernietigen. Als je wil dat het je niet langer de vernietiging in helpt, is het belangrijk om te gaan werken aan de hardheid naar jezelf. Je mag gaan leren dat je niet altijd hoeft te vechten, dat je ook mag rusten en dat je niet alles alleen hoeft te dragen. Wanneer je steeds meer kleine momenten van zachtheid toe kunt gaan laten, zul je merken dat je jouw doorzettingsvermogen op een andere, helpendere manier in kunt gaan zetten.
Wil je hier graag mee aan de slag? Neem gerust contact met mij op!
